CO- of koolstofmonoxide intoxicatie

  Wat is het?


Gas, kolen, hout, stookolie en petroleum hebben zuurstof nodig om goed te branden. Is er te weinig zuurstof aanwezig in de kamer dan kan er CO worden gevormd. Koolstofmonoxide is een geur- en kleurloos gas. Ons bloed neemt vlotter die koolstofmonoxide op dan de noodzakelijke zuurstof. Hierdoor worden de opname en het transport van zuurstof doorheen het lichaam geblokkeerd. Klachten als hoofdpijn, duizeligheid en zelfs bewusteloosheid zijn het gevolg.

 

  Waardoor komt het?


Vroeger werd koolstofmonoxidevergiftiging veroorzaakt door het gebruik van kolenkachels met een schouw die niet goed trok. Nu ontstaat CO in huis vooral bij onvolledige verbranding van aardgas, zoals bij het gebruik van verwarmingstoestellen op basis van een vlam die slecht zijn afgesteld of die geen afvoer naar buiten hebben. Dat zijn dus boilers ("Bulex") en gaskachels. Ten onrechte wordt koolstofmonoxidevergiftiging geassocieerd met een ongeval dat alleen voorkomt bij vergeetachtige bejaarden die met een verouderde kachel opgescheept zitten en die alle tochtgaatjes in hun oude herenhuizen toedekken. Onderzoek van het Antigifcentrum bracht aan het licht dat de meeste slachtoffers jonger zijn dan 30 jaar.

Alle nieuwe toestellen hebben een beveiliging. Die schakelt het toestel uit als er te weinig zuurstof in de lucht is of als de schoorsteen niet goed trekt. Daarom zijn deze toestellen ook veiliger, maar lang niet iedereen beschikt natuurlijk over een nieuw toestel. Sinds 1996 mogen enkel gekeurde toestellen worden verkocht met het CE merk en de vermelding "CAT I2E+"
Een ander probleem vormen de verplaatsbare toestellen op petroleum, kerosine of gas die geen schoorsteen hebben. Deze toestellen verbruiken de zuurstof uit de kamer en de verbrandingsgassen komen daarna in dezelfde kamer terecht. Let er dus op deze toestellen maximum 1 uur aan één stuk te laten branden. Gebruik ze dus nooit terwijl je slaapt en verlucht regelmatig de kamer waarin deze toestellen staan tijdens het gebruik.

 

  Hoe kunt u CO vergiftiging voorkomen


Het is van belang zo weinig mogelijk koolstofmonoxide in de kamer te krijgen. Hiervoor kunt u zelf de volgende maatregelen nemen:
  • Zorg voor een regelmatige aanvoer van zuurstof. Verse lucht zorgt voor een betere verbranding. Bovendien functioneren de verwarmingstoestellen dan nog zuiniger. Een verluchtingsrooster onderaan de deur of via de ramen is nodig.
  • Voorzie een afvoer van de verbrandingsgassen bovenaan in de kamer. Dit kan via een verluchtingsrooster, de schoorsteen... CO is lichter dan lucht en stijgt dus.
  • Laat de schoorsteen elk jaar vegen. Bij verwarming met stookolie is dit verplicht, voor gas niet. Laat ook uw brander nakijken, liefst door mensen met ervaring.
  • Gebruik toestellen waarvoor ze dienen. Een 5-liter gasgeiser mag niet aangesloten worden op een bad of een douche. Gebruik voor een douche minimaal een gasgeiser van 10 liter en voor een bad 13 liter. Bijverwarmers moeten ook als dusdanig gebruikt worden en mogen niet als hoofdverwarming dienen.
  • Een atmosfeerbeveiliging moet. Ze schakelen het toestel uit als er te weinig zuurstof in de lucht is. Vanaf 1 januari 1996 mogen enkel nog toestellen verkocht worden met CE-merk en met de vermelding CAT I 2E+
  • Laat kachels nooit op de laagste stand staan. Let op dat de schoorsteenklep open is. Hoe lager de stand, hoe hoger de CO-productie.
  • Onderhoud regelmatig uw verwarmingstoestellen. Bij aardgas geeft de kleur van het gas aan of er een goede verbranding is. Is de vlam geel dan is onderhoud aangewezen. Ook roetafzetting wijst op een onvolledige verbranding. De kans is dan groter op CO-vorming.
  • Let op signalen. Klachten bij meerdere personen tegelijk, klachten op bepaalde tijdstippen, afwijkend gedrag van kinderen of huisdieren kunnen erop wijzen dat er CO in de lucht is.
  • Let op de weersomstandigheden. Kijk uit bij extra mistig weer en windstilte. Het is belangrijk dat er dan extra verlucht wordt.
  • CO-vergiftiging. Open ramen en deuren, schakel het toestel uit, verlaat de woning en raadpleeg uw huisarts.